Aan tafel!


“Pak jij alvast de borden Mo? Pieter, leg jij de vorken en messen neer, dan kunnen Suzanne en Layla samen de mand met beleg op tafel zetten.” Terwijl je collega met een aantal kinderen de groep opruimt, bereid jij de lunch voor met jouw groepje.

Kinderen worden betrokken bij het tafeldekken

Waarom? Omdat kinderen het leuk vinden om een volwassene te helpen. En samen dingen doen ze een plezierig gevoel geeft en ze trots maakt, zeker als je daarna een compliment geeft voor het samenwerken. Staat de gedekte tafel helemaal klaar? Mooi, dan hoeft niemand te wachten en kan je direct beginnen met de lunch.

Gewoon even kletsen

“Wat wil jij na het eten doen Lisa? Een kasteel bouwen of knutselen? Ben je naar de kermis geweest Jayelin? Wat leuk! Wie is er nog meer naar de kermis geweest?” Terwijl je gezellig met elkaar aan tafel zit om te eten, voor de lunch of een tussendoortje, ga je met de kinderen in gesprek of praten kinderen onderling over hun belevenissen.

Er wordt gepraat mét de kinderen tijdens het tafelmoment

Waarom? Omdat je soms onbewust de neiging hebt om tijdens het eten even de tijd te nemen om de dag te bespreken met je collega. Of vooral bezig bent om de orde aan tafel te bewaken en te zorgen dat elk kind voldoende eet en drinkt. Terwijl het tafelmoment nou juist hét uitgelezen moment is om met de kinderen te praten. Over wat ze bezighoudt, wat ze leuk vinden … thuis, op school, op de kinderopvang… Dat draagt bij aan de taal- en sociaal-emotionele ontwikkeling van de kinderen. Gewoon even lekker kletsen dus!

Schep maar op en neem je tijd!

Op sommige locaties wordt tussen de middag warm gegeten. Lekker én een goede manier om kinderen gevarieerd te leren eten. Want zien eten, doet eten! Zeker als je zelf mag bepalen hoeveel je op kunt.

Kinderen scheppen zelf hun eten op (bij warm eten)

Waarom? Omdat kinderen dan het gevoel hebben dat ze zelf de regie hebben. En zelf doen geeft een trots gevoel, omdat je laat zien dat jij gelooft dat een kind het zelf kan of kan leren. Een boost voor het zelfvertrouwen. Mooi extraatje: dit is ook een goede gelegenheid om een indruk te krijgen van de motorische ontwikkeling van het kind.

Heb je langzame eters in de groep? Laat ze als eerste opscheppen, zodat ze een beetje voorsprong hebben op de anderen. Dan is de kans groter dat alle kinderen tegelijk klaar zijn. En heeft je langzame eter toch nog wat meer tijd nodig? Blijf er gezellig bij zitten en laat de anderen van tafel gaan.

Kinderen zitten nooit in hun eentje aan tafel

Waarom? Als een kind alleen aan tafel moet blijven zitten, omdat het eten nog niet op is, kan een kind dat zien als een soort straf. Omdat de anderen alweer lekker aan het spelen zijn. Die plek aan tafel kan dan als niet leuk ervaren worden. Maar ook uit veiligheid, met name bij jonge kinderen die aan een voor hun hoge tafel zitten, blijf je erbij zitten.

Allemaal uitgegeten? Heeft iedereen hernieuwde energie voor de middag? Dan zorgen we er natuurlijk eerst samen voor dat de boel weer wordt opgeruimd.

En op de bso?

Ook daar nemen we de tijd voor een gezamenlijk (eet)moment. Als de kinderen net binnen zijn of later. Tijdens het tussendoortje, de eventuele lunch of warme maaltijd. “Hoe was het op school Joëlle? En wat wil je vanmiddag doen Lucas? We hebben weer leuke activiteiten gepland voor vandaag. Liever een potje voetballen? Helemaal goed!”

We zitten bij de kinderen (aan tafel) tijdens het groepsmoment

Waarom? Omdat dit hét moment is op de bso dat je even als groep bij en met elkaar bent. Een belangrijk rustmoment in een verder drukke middag. Je voelt hoe de sfeer in de groep is vandaag (of er misschien iets speelt tussen kinderen) en kunt inschatten welk kind waar behoefte aan heeft deze dag, en daarop inspelen. Bijvoorbeeld als een kind aangeeft dat er iets leuks of juist vervelends gebeurd is op school of thuis. Afhankelijk van het kind kun je daar dan op een later moment even samen verder over praten, of het kind nadrukkelijk betrekken bij groepsactiviteiten om hem af te leiden.

Meer info

Meer informatie over de tafelmomenten vind je in de pedagogisch kaders, het pedagogisch beleid en de toolboxen.