Brengen, halen, wennen


Als Emma aan de hand van haar moeder binnenkomt, zie ik meteen in wat voor bui ze is. Ze kijkt me niet aan en klampt zich vast aan het been van haar moeder. Ik begroet beiden en zak door mijn knieën, zodat ik op Emma’s ooghoogte kom. “Goedemorgen Emma, gezellig dat je er bent”. Van achter het been van haar moeder kijkt Emma me wantrouwend aan, dan draait ze haar hoofd weg. Onder haar opengeritste jas heeft ze een glittertrui aan. “Wat een mooie trui heb je aan!” Emma kijkt zelf ook naar beneden, naar haar trui. Langzaam knikt ze ja. “Zullen we je jas uitdoen, zodat iedereen hem kan zien?” Even lijkt er een opening te ontstaan, maar zodra ik aanstalten maak om haar met haar jas te helpen, duikt ze weg. Ik laat haar even en begroet andere kinderen en ouders die binnenkomen.
Even later is het Emma’s moeder wel gelukt om Emma uit haar jas te krijgen, maar als ze wil vertrekken, klampt Emma zich weer aan haar vast. Ik zak weer door mijn knieën. “Mama gaat nu weg om te werken”, vertel ik haar. “Zullen we samen zwaaien achter het raam? Daarna gaan we met z’n allen fruit eten”. Emma loopt met me mee, maar als ze haar moeder het schoolplein af ziet lopen, moet ze toch even huilen. Ik ga naast haar zitten. “Dat is niet leuk, he?” vraag ik. “Je mag best huilen. Dat hoort bij verdriet. Wil je even op schoot?” Emma knikt en kruipt bij me op schoot. Als ze iets later Melvin en Susanne in de bouwhoek bezig ziet met het bouwen van een toren, glijdt ze haast ongemerkt van mijn schoot af om mee te kunnen doen.

Interactievaardigheden werken

Grappig om te merken dat deze aanpak, die samenhangt met de interactievaardigheden die ik heb geleerd, ook echt op die manier werkt. Het is ondertussen een tweede natuur voor me geworden om goed te kijken hoe een kind zich voelt, te luisteren naar wat een kind wil en aan te voelen wat het kind op een bepaald moment van me nodig heeft. Die o-zo-belangrijke emotionele veiligheid te bieden. Zeker bij het brengen, halen en wennen van een kind, waarbij de ene situatie overgaat in de andere en met name jonge kinderen zich angstig en onzeker kunnen voelen.
Daarbij spelen sensitieve responsiviteit en respect voor de autonomie van het kind een grote rol. Ik maak oogcontact, spreek het kind aan op kind hoogte en troost een kind dat moeite heeft met afscheid nemen door het gevoel te benoemen. De manier waarop ik troost biedt, stem ik af op het kind. Dat heeft te maken met de leeftijd, de eigenheid van een kind, het karakter en het temperament. Het ene kind wil graag op schoot, het andere houdt wat meer afstand. Door daar rekening mee te houden, wordt een kind al snel rustiger bij een moeilijk moment.

Baby’s

Ook bij baby’s merk ik dat het toepassen van interactievaardigheden positief uitwerkt. Door te praten tegen de baby en aan te kondigen dat ik het kind ga oppakken of overnemen van een ouder, reageert een baby rustiger.

Meer info

  • Serviceportaal: Pedagogisch beleid, Deel 2 - Randvoorwaarden en middelen > Middelen om pedagogische doelen te bereiken > Interactie tussen pedagogisch medewerker en kind
  • Serviceportaal: Kwaliteit > Jaarkalender en memo > Jaarkalender 2020 > Pedagogische regels brengen, halen en wennen